Kaatje
Gijbels

Donum Lacrimarum
Ik heb “Donum Lacrimarum” geschreven in de hoop dat er gepraat zou worden over hoe we met z’n allen in de wereld omgaan met mannelijke kwetsbaarheid. Voor mij is dit een heel persoonlijk thema omdat ik van dichtbij heb meegemaakt wat de gevolgen kunnen zijn wanneer mannen hun verdriet niet kunnen delen.
Inmiddels gaat de discussie over de manier waarop het essay geschreven is. Daarbij wordt niet alleen mijn werkwijze, maar ook mijn auteurschap in twijfel getrokken. Daar wil ik iets over kwijt.
Toen de voorzitter van de jury van de Joost Zwagerman Essay Prijs mij contacteerde over de vragen die waren ontstaan over het gebruik van AI heb ik verduidelijkt dat ik een copyediting-, een verfijning- en spelling en grammaticaprompt heb gebruikt in een AI module.
Voor ik mijn essay heb ingezonden, heb ik bewust de regels van de wedstrijd nagekeken of AI gebruik al dan niet is toegestaan. Uit de bepalingen van de regels heb ik geconcludeerd dat redactionele ondersteuning niet in strijd zijn.
Ik wil benadrukken dat ik het essay zelf geschreven heb, achter de opbouw zit een heel persoonlijk en verdrietig verhaal, maar ook de gedachtengang en research komt van mij uit. Donum Lacrimarum is geen “ik druk op een knop en kijk wat er uit komt” verhaal.
Als juriste én als schrijfster leert me deze situatie dat er een grote nood is aan een welomlijnd kader omtrent het gebruik van AI door schrijvers. Ik hoop dat de ontstane discussie er toe zal bijdragen tot het bepalen van een algemeen beleid daaromtrent. Vooral de vraag waar precies de grens ligt tussen redactie en mede-auteurschap heeft baat bij een welomlijnd kader.
Toch wil ik benadrukken dat een schrijver die gebruik maakt van AI als redacteur, daarom nog geen afstand neemt van haar schrijverschap.
Wat ik jammer vind, is dat de inhoud en het onderwerp van mijn essay inmiddels overschaduwd worden door de ontstane ophef. Achter het essay zit een maatschappelijke vraagstuk dat mijns inziens waard is om het over te hebben en dat vele malen belangrijker is dan een een literaire prijs.
Het essay gaat over hoe weinig plaats er is voor de pijn en het verdriet van mannen in onze maatschappij en over de grote tol die mannen daarvoor betalen. Dagelijks plegen drie mannen per dag zelfmoord in Nederland en drie in België.
Ik had gehoopt dat het essay aanleiding zou zijn om daarover te praten. Helaas is het onderwerp van het essay uit het beeld verdwenen. Dat vind ik oprecht jammer en een gemiste kans, want de gevolgen van het probleem waar ik over heb geschreven zijn vele malen groter dan het niet genomineerd worden voor de shortlist van een wedstrijd.
Ik hoop dat ondanks de ontstane discussie “Donum Lacrimarum” toch gelezen gaat worden. Het onderwerp verdient die aandacht.
De structuren die we normaal noemen, tot iemand ze benoemt.
De meeste regels die ons leven bepalen, staan nergens opgeschreven. Ze zitten in wat we fatsoenlijk vinden, in wie we het voordeel van de twijfel gunnen en in de mensen van wie we verwachten dat ze zich aanpassen. Het opmerkelijke is hoe snel die regels natuurlijk gaan lijken zodra ze onszelf goed uitkomen.
Ik schrijf over dat soort vanzelfsprekendheden, meestal vanuit iets kleins dat bij nader inzien helemaal niet zo klein blijkt. Een opmerking aan tafel, een alledaagse ergernis of een politiek voorstel kan genoeg zijn om een hele denkwereld bloot te leggen. Daarbij interesseert me vooral wat er gebeurt wanneer onze zorgvuldig gekoesterde principes in aanraking komen met de werkelijkheid. De menselijke bereidheid om voor zichzelf een uitzondering te maken, blijkt vrijwel onuitputtelijk. Aan materiaal geen gebrek.
Op deze website vind je mijn essays, kortere stukjes en radio-essays, waarin ik me bezighoud met de verhouding tussen individu en samenleving, met de macht van wat we normaal zijn gaan vinden en met de soms ronduit potsierlijke manieren waarop we die normaliteit verdedigen.