← terug

De Dokter Gelooft Je Niet

Ik was laatst bij de huisarts. Ik had pijn. Niet dramatische pijn, niet ik-ga-dood pijn, maar pijn die er al een tijdje was en die niet vanzelf wegging. Ik had het uitgesteld, zoals je dat doet, omdat het wel mee zou vallen, omdat ik niet wilde zeuren, omdat ik eerst wilde kijken of het niet gewoon stress was.

Het was geen stress.

Maar de dokter vroeg toch: "Heb je veel stress de laatste tijd?"

Ik zei: "Niet meer dan anders."

Hij knikte en schreef iets op. Ik weet niet wat. Waarschijnlijk: patiënte heeft stress.

Dit is een patroon. Vrouwen gaan naar de dokter met klachten en de dokter zoekt naar een psychische verklaring. Stress. Angst. Hormonaal. Het zit tussen je oren. Misschien moet je wat rustiger aan doen. Heb je al geprobeerd om te mediteren?

Er is onderzoek naar. Vrouwen worden minder serieus genomen bij de dokter. Hun pijn wordt lager ingeschat. Hun symptomen worden vaker toegeschreven aan psychische oorzaken. Ze krijgen minder doorverwijzingen, minder tests, minder behandeling.

Ik heb geleerd om assertief te zijn. "Ik wil een doorverwijzing," zeg ik nu. "Ik wil een bloedtest." Niet vragen, zeggen. Maar het is vermoeiend om je eigen advocaat te moeten zijn in een spreekkamer. Om te moeten vechten voor de zorg die je nodig hebt.

Milla is veertien en gezond, gelukkig. Maar ik bereid haar voor. "Als een dokter zegt dat het stress is en jij denkt dat het geen stress is, dan zeg je dat," zeg ik. "Je kent je eigen lichaam."

Ze knikt.

Ik hoop dat ze het onthoudt.

Want de dokter gelooft je niet altijd.

En soms heb je toch gelijk.