Ik was vaak de enige vrouw aan tafel. Bij vergaderingen, bij besprekingen, bij alle situaties waar beslissingen werden genomen. Ik was er, en om me heen waren mannen.
Dit is vermoeiender dan je zou denken.
Niet omdat de mannen onaardig waren. Sommigen waren onaardig, anderen waren prima. Maar het zijn is al vermoeiend. Het constante bewustzijn dat je anders bent. Dat je opvalt. Dat alles wat je zegt wordt toegeschreven aan "de vrouwelijke visie" alsof je namens een hele sekse spreekt.
De enige vrouw aan tafel is een token. Een bewijs dat ze het proberen. Een teken van diversiteit. Maar ook: een uitzondering die de regel bevestigt. Als er één vrouw zit, hoeven er geen twee te zitten. Het vinkje is gezet.
Ik heb geprobeerd om ruimte te maken voor andere vrouwen. Deuren open te houden. Stemmen te benoemen die genegeerd werden. Maar het systeem is sterker dan individuele acties. Het systeem wil één vrouw aan tafel. Dat is genoeg. Dat is het bewijs.
Milla gaat later vergaderen, neem ik aan. Als bio-ingenieur, in welke setting dan ook. Ik hoop dat ze niet de enige is.
Ik hoop dat er een tafel vol vrouwen is.
En misschien één man.
Als token.
Dat lijkt me eerlijk.