← terug

Ik Ben Geen Feminist, Maar

Ik was laatst op een verjaardagsfeestje (taart, te veel wijn, iemand had karaoke aangeslingerd, je kent het wel) en op een gegeven moment ging het gesprek over lonen. Dat een collega van iemand erachter was gekomen dat ze voor hetzelfde werk minder betaald kreeg dan de man die na haar was aangenomen.

"Dat is toch niet meer van deze tijd," zei een vrouw verontwaardigd. "Gelijk loon voor gelijk werk, lijkt me niet meer dan logisch."

Iemand anders, een glas rosé in de hand, knikte. "Ja, maar ja, ik ben geen feminist ofzo, maar dat is gewoon eerlijk."

Ik moest me inhouden om niet te zeggen: dat ís feminisme. Dat is letterlijk wat feminisme is. Je bent het net geworden. Gefeliciteerd.

Maar ik zei niks. Want ik snap het ook wel.

"Feminist" is een woord met bagage. Als je zegt dat je feminist bent, denken mensen meteen aan okselhaar en boosheid en een fundamenteel onvermogen om een grapje te snappen. Ze denken aan vrouwen die "te veel" zijn. Te luid, te boos, te overtuigd van hun eigen gelijk. Het stereotype van de feminist is een vrouw zonder humor, zonder man, zonder leuke schoenen.

Dat stereotype is natuurlijk onzin. Ik ken genoeg feministen met uitstekend schoeisel. Maar het werkt wel. Het werkt zo goed dat vrouwen de inhoud van het feminisme omarmen terwijl ze het label afwijzen, omdat het label te veel kost.

En laten we eerlijk zijn: het kost ook echt iets.

Milla heeft laatst op school een spreekbeurt gehouden over loonverschillen (ik wil niet opscheppen, maar ik wil wel opscheppen) en een jongen uit haar klas zei daarna dat ze "vast geen vriendje kon krijgen." Veertien jaar oud, en ze leert nu al dat een mening hebben consequenties heeft die jongens niet hebben.

Ik heb het zelf ook gedaan, vroeger. Het label vermijden. "Ik ben voor gelijke rechten, maar ik zou mezelf geen feminist noemen." Omdat ik niet bij de boze vrouwen wilde horen. Omdat ik nog uitgenodigd wilde worden op feestjes. Omdat ik wist dat mannen die ik leuk vond, feministes niet leuk vonden.

Het ironische is dat dit alleen maar mogelijk is omdat het feminisme zo succesvol is geweest. Dat we nu kunnen zeggen "ik ben geen feminist, maar vrouwen horen wel te kunnen stemmen" is omdat eerdere feministen dat recht hebben bevochten terwijl ze werden uitgemaakt voor precies dezelfde dingen waar wij nu bang voor zijn.

Die vrouw op het feestje, met haar "ik ben geen feminist ofzo," profiteert van honderdvijftig jaar strijd die is gevoerd door vrouwen die het wél durfden te zeggen. Ze eet van een taart die ze weigert te erkennen.

Ik ben er inmiddels overheen. Ik noem mezelf gewoon feminist. Ja, ik heb leuke schoenen. Ja, ik kan lachen. Nee, mijn okselhaar is niet ideologisch.

Maar ik veroordeel die vrouw op het feestje niet.

Ik snap de rekensom.

Ik heb hem zelf ook jarenlang gemaakt.