Milla vroeg laatst wat ik aan het luisteren was.
"Podcast," zei ik. "Over een vrouw die door haar man in stukken is gezaagd en in de vriezer is gestopt."
Ze keek me aan met die blik die veertienjarigen reserveren voor ouders die iets onvergeeflijks hebben gedaan, zoals dansen op een verjaardag of het woord "vibe" gebruiken.
"Mama. Waarom luister je daarnaar?"
Goede vraag. Ik wist het eerlijk gezegd zelf ook niet precies. Ik weet wel dat ik niet de enige ben: 73 procent van de true crime-luisteraars is vrouw. Mijn vriendinnenchat is een doorlopende uitwisseling van podcast-aanbevelingen die allemaal eindigen met "en toen vonden ze haar in een koffer." We doen dit niet ondanks het gruwelijke, maar erom.
Milla's geschiedenisleraar laat ze podcasts luisteren over de Tweede Wereldoorlog, wat in principe ook gaat over mensen die op afschuwelijke manieren aan hun einde kwamen. Maar dat heet educatie. Mijn vriezerpodcast heet ongezond.
Ik heb er een tijdje over nagedacht, tussen twee afleveringen van Moordvrouwen door. En ik denk dat ik het snap.
True crime is voor vrouwen wat vluchtsimulators zijn voor piloten. Oefenen voor iets waarvan je hoopt dat het nooit gebeurt, maar waarvan je weet dat de statistiek niet in je voordeel werkt. Vrouwen worden vermoord door mannen. Dat is geen mening, dat is data. En in 93 procent van de gevallen kenden ze hem. Het was de buurman, de collega, de echtgenoot. De man die "zo rustig" was, "zo behulpzaam," "de laatste van wie je het zou verwachten."
Dus luisteren we. En we leren.
We leren dat de buurman inderdaad "zo'n rustige man" was. We leren dat ze "geen enkele aanleiding" had om hem te verdenken. We leren dat ze "alles goed had gedaan," de politie gebeld, bij vriendinnen geslapen, een straatverbod aangevraagd, en dat het niet hielp.
Dat laatste is misschien wel het belangrijkste wat we leren. Dat je alles goed kunt doen en dat het niet helpt. Vrolijke boodschap.
Toen ik laatst met een date was (ja, ook dat nog, op mijn vierenveertigste, met een tiener thuis die precies weet hoe je "heb je wel je locatie gedeeld?" laat klinken als "je bent een hopeloze amateur") betrapte ik mezelf erop dat ik de hele avond zat te scannen op red flags. Niet bewust. Het gaat vanzelf. Praat hij te veel over zijn ex? Reageert hij raar als ik nee zeg tegen een tweede glas wijn? Hoe gedraagt hij zich tegen de serveerster?
Dat heb ik niet uit een boek. Dat heb ik uit 47 afleveringen over mannen die ook heel charmant begonnen.
De date vroeg op een gegeven moment waar ik aan dacht.
"O, niks," zei ik. "Gewoon hoe makkelijk het zou zijn om vanaf hier naar de parkeergarage te lopen zonder dat iemand me zou zien."
Grapje. Half.
Hij lachte.
Ik ook.
Maar ik wist wel precies waar de nooduitgang was.