← terug

Waarom Jij de Kruimels Ziet en Hij Niet

Er liggen kruimels op het aanrecht. Ik zie ze. Ik veeg ze weg. Dit is geen bewuste handeling. Het gebeurt gewoon. Ik zie kruimels, ik veeg, het aanrecht is schoon.

Dit is een van de mysteries van het huishouden: waarom zie ik de kruimels en ziet hij ze niet?

(Met "hij" bedoel ik: de hypothetische hij. Ik heb geen hij. Maar ik heb genoeg hij-en gekend om het patroon te herkennen.)

Vrouwen zien het huishouden. Niet beter, niet omdat we schoner zijn, maar omdat we getraind zijn om te zien. Wij zien de kruimels en de vlekken en het stof en de vaatwasser die uitgeruimd moet worden en de plant die water nodig heeft en de vuilnisbak die vol is. Wij zien het en dus doen wij het.

Mannen zien het niet. Of ze zien het en het registreert niet als iets wat moet worden gedaan. Of ze zien het en ze denken: dat doet zij wel.

Dit is geen kwaadwilligheid. Dit is aangeleerd. Jongens leren niet om kruimels te zien. Meisjes leren het wel. En dan is er een heel leven lang iemand die de kruimels wegveegt en iemand die het niet eens zag.

Milla ziet de kruimels. Soms. Niet altijd. Ik probeer het haar niet te leren, het permanente zien. Maar het gaat vanzelf. Ze leert het van mij, van overal, van het feit dat schone ruimtes haar worden aangerekend op een manier die voor jongens niet geldt.

De kruimels liggen er weer.

Ik veeg ze weg.

Zoals altijd.