Er is een la in mijn keuken. Een la met dingen die "nog kunnen." Elastiekjes die een beetje uitgerekt zijn. Batterijen waarvan ik niet weet of ze vol of leeg zijn. Pennen die misschien schrijven en misschien niet. Kaarsen die te klein zijn om te branden maar te groot om weg te gooien. Dingen.
Ik weet niet waarom ik deze la heb. Ik weet wel dat ik hem heb, en mijn moeder had hem, en haar moeder had hem waarschijnlijk ook.
Het is vrouwenwerk, het bijhouden van dingen die nog kunnen. Mannen gooien weg of bewaren. Vrouwen hebben een tussencategorie. De categorie van: misschien nog nuttig, misschien ooit nodig, te zonde om weg te doen.
Dit geldt niet alleen voor lades. Het geldt voor kleding die niet meer past maar die je "misschien weer past." Voor schoenen die pijn doen maar te mooi zijn om weg te gooien. Voor relaties die niet werken maar die je "misschien nog kunt repareren."
Vrouwen houden dingen die nog kunnen.
Milla heeft ook al een la. Een la met speldjes en bandjes en dingetjes die ze misschien ooit nodig heeft. Ze is veertien en ze heeft al geleerd dat weggooien verspilling is.
Ik zou de la moeten leeggooien. Gewoon alles weg.
Maar er zitten batterijen in.
En misschien zijn ze nog niet leeg.