Iedereen heeft het altijd over mansplaining. Dat is die situatie waarin een man je uitlegt wat je zelf al weet, liefst over een onderwerp waar jij meer van afweet dan hij. Het woord is inmiddels zo ingeburgerd dat zelfs mannen het kennen, wat op zich al ironisch is (een vrouw heeft het moeten benoemen voordat het zichtbaar werd).
Maar ik denk de laatste tijd dat mansplaining niet het echte probleem is.
Het echte probleem is dat vrouwen hebben geleerd om te luisteren alsof ze niets weten.
Ik doe het zelf. Een man begint me iets uit te leggen over, zeg, de woningmarkt, of crypto, of hoe mijn eigen wasmachine werkt, en in plaats van te zeggen "ja, dat weet ik" knik ik en maak ik geïnteresseerde geluiden en laat ik hem uitpraten. Niet omdat ik dom ben. Maar omdat ik ergens heb geleerd dat het mijn taak is om zijn uitleg mogelijk te maken.
Laatst was ik bij een verjaardag (weer een verjaardag, mijn sociale leven bestaat blijkbaar alleen uit taart en te luide muziek) en een man legde mij uit hoe je een literair essay schrijft. Ik heb dit jaar genomineerd gestaan voor de Joost Zwagerman Essayprijs, maar dat wist hij niet, en ik zei het ook niet. Ik knikte en zei "mmm" en liet hem praten.
Achteraf dacht ik: waarom deed ik dat?
En het antwoord is: omdat het makkelijker is. Omdat een man onderbreken en zeggen "dat weet ik al" sociale kosten heeft. Omdat ik dan "kortaf" ben, of "ijdel," of "niet zo leuk." De prijs voor weten is hoger dan de prijs voor luisteren.
Milla doet het ook al, zie ik. Jongens in haar klas leggen dingen uit en zij knikt. Ze weet het allang, maar ze knikt. Ze leert het van overal: van mij, van films, van elke sociale situatie waar ze een vrouw ziet knikken naar een man die praat.
Ik zou willen dat ik haar kon leren om te zeggen: "Dat weet ik al."
Maar ik kan het zelf nog niet eens.