← terug

Waarom Vrouwen Niet Onderhandelen

Toen ik nog advocaat was, op de Zuidas, in een kantoor met glazen wanden en mannen in pakken, heb ik één keer onderhandeld over mijn salaris. Eén keer. Het ging niet goed.

Niet omdat ik niet wist wat ik waard was. Ik wist precies wat ik waard was. Ik had de cijfers, de vergelijkingen, de argumenten. Ik was advocaat, ik kon argumenteren.

Maar de man aan de andere kant van de tafel keek me aan alsof ik iets ongepasts had gedaan. Alsof vragen om meer een persoonlijke belediging was. "We betalen iedereen hetzelfde," zei hij. Wat niet waar was. "Je moet geduld hebben." Alsof geduld een vrouwelijke deugd was waar ik me aan moest houden.

Ik heb het niet opnieuw geprobeerd.

Dit is wat er gebeurt als vrouwen onderhandelen. Ze worden niet gezien als assertief, ze worden gezien als lastig. Niet als professioneel, maar als hebberig. De sociale kosten zijn hoger dan voor mannen. Het loont niet, letterlijk.

En dan zegt iedereen: vrouwen moeten beter leren onderhandelen. Alsof het probleem onze vaardigheid is en niet het systeem dat ons straft voor dezelfde vaardigheid die mannen beloont.

Milla is goed in wiskunde. Ze rekent dingen uit. Als zij ooit gaat onderhandelen, hoop ik dat de wereld is veranderd.

Maar als de wereld niet is veranderd, hoop ik dat ze het toch doet.

En niet stopt na één keer.

Zoals ik.