Ik las laatst een artikel dat begon met: "Wij vrouwen weten allemaal hoe het voelt om…"
En ik haakte af.
Niet omdat de rest niet interessant was. Maar omdat ik moe werd van dat "wij." Want wie is "wij"? Welke vrouwen? Vrouwen zoals de auteur, blijkbaar. Vrouwen die dezelfde ervaringen hebben, hetzelfde lichaam, dezelfde achtergrond. Vrouwen voor wie de auteur blijkbaar mag spreken zonder het te hoeven vragen.
Ik doe het zelf ook, soms. "Wij vrouwen." Het is verleidelijk. Het suggereert solidariteit, een gedeelde ervaring, een collectief waar je bij hoort alleen al door je geslacht. Maar het wist ook uit. Het doet alsof alle vrouwen hetzelfde meemaken, alsof mijn ervaring als witte, vierenveertigjarige, hoogopgeleide vrouw dezelfde is als die van iedereen met een vergelijkbaar geslacht.
Dat is natuurlijk onzin.
"Wij vrouwen" is handig als je een punt wilt maken zonder je punt te hoeven onderbouwen. Als je "wij" zegt, hoef je geen bewijs te leveren. De gedeelde ervaring is het bewijs. Maar wie bepaalt wat de gedeelde ervaring is?
Meestal degene die het hardst praat.
Er is een omgekeerde variant die misschien nog erger is: mannen die zeggen "wij mensen" als ze eigenlijk "wij mannen" bedoelen. De mannelijke ervaring als universele ervaring. "Mensen willen status en succes." Nee, mannen willen status en succes. Sommige mensen willen gewoon op tijd klaar zijn met werken zodat ze nog boodschappen kunnen doen.
Milla zegt "wij" als ze het over haar vriendinnen heeft. "Wij vinden die docent stom." "Wij gaan naar het winkelcentrum." Dat is een andere wij, een concrete wij, een wij die bestaat uit vijf meiden met namen en gezichten.
Dat is eerlijker.
Misschien moeten we het grote "wij" gewoon afschaffen. Gewoon zeggen: "Ik vind dit. En misschien vinden anderen het ook."
Bescheidener.
Maar ook eerlijker.