← terug

De avocado

"Strak voor ik erin duik vanavond," zei Mark over zijn avondeten, een verjaardag in Genk, op een zaterdagochtend bij Take Five aan het Kolonel Dusartplein.

Take Five had die ochtend het grijze novemberlicht en het geluid van de espressomachine achteraan die liep zoals die altijd loopt, te hard voor het gesprek en te gewoon om op te letten. Op zijn bord lag een omelet met niets erin — geen kaas, geen ui, geen zout, hij had het tegen de serveuse expliciet bevestigd, alsof ze anders illegaal een wig tomaat had kunnen aansmokkelen — een halve avocado, en drie blueberries. De blueberries zat hij één voor één te kauwen, met een klein geluid bij elk, bewust genoeg dat ik het hoorde en hij ook, op de manier waarop men in de Lage Landen begin negentiende eeuw een aflaat aannam: met bewustzijn van de prijs en in verwachting van de remissie. Ernaast stond een espresso zonder suiker en een glas water met citroen, dat hij had besteld alsof een glas water zonder citroen een gram extra zou hebben bevat.

Hij at clean. Ik at de eggs Benedict van Take Five voor twaalf euro negentig, met een hollandaisesaus die zo geel was dat ze zelf ogende als een mening, en waarvan de serveuse had gezegd dat de kok ze die ochtend met echte boter had gemaakt, en een tweede koffie met melk die ik niet had besteld en die ze mij uit zichzelf had gegeven omdat ze met mij een soort verbond was aangegaan op basis van haar oordeel over Mark.

"Ik ga vanavond erin duiken," zei Mark nog eens, alsof hij in een olympisch zwembad viel.

"Wat is het menu?"

"Osso buco, tiramisu, rode wijn."

"Klinkt meer als een avond eten."

"Ja, maar dan heb ik het daarna goed te maken."

"Goed te maken bij wie?"

Hij keek mij aan zoals mensen kijken die op een vraag niet het antwoord hebben waarnaar ze zelf zochten, maar die een aangeleerd antwoord uit een podcast hebben onthouden dat ze in dat geval kunnen geven. "Bij mijn lijf." Hij zei het met de overtuiging van een reclame die hij drie weken geleden had gezien voor een eiwitrepen-abonnement. Daarna at hij zijn derde blueberrie op.

De taal rond voeding is liturgisch geworden. Een maaltijd is geen maaltijd maar een meal. Ze is clean of ze is dirty. Er is een deugdzame kant en een verleidelijke kant. De verleiding heet door de jaren heen verschillend: vet in de jaren tachtig, koolhydraten in de jaren tien, suiker nu, en eiwit nooit of zelden. De boekhouding klopt altijd. De lezer is meestal vrouw. De spreker, bij Take Five om kwart over tien, was Mark.

Het woord cheat is interessant. Het suggereert dat eten een examen is, dat daar regels bij horen, en dat er een examinator over oordeelt. Die examinator woont meestal in het hoofd, en heeft zich daar gevestigd tussen het achtste en het vijftiende jaar van zijn cliënt, een periode waarin men hem nog niet gratis kon ontslaan en waarin hij nu nog altijd een contract vasthoudt dat niemand opnieuw heeft getekend.

"Dus je eet vanavond, en je noemt het erin duiken, en tussendoor ga je berekenen wat het kost, en daarna ga je sporten om het weer schoon te maken."

"Ja."

"Is dat geen slopend leven?"

"Het is discipline."

Geen enkele man die ik ken beschrijft zijn diner als een val. Ik ken er drie die het clean eating noemen, en minstens tien die in hun Instagram-stories hun leg day aankondigen alsof hun been een officiële benaming in de kalender had gekregen. De vrouw die vier pistache-cupcakes heeft gegeten bij de verjaardag van haar moeder, noemt het een cheat. Ze was geen verdachte. Er was geen regel. Er was alleen een taal die haar ervan wist te overtuigen dat een cupcake een beschuldiging is.

Mark at zijn avocado zonder zout.

"Proef je het tekort aan zout?"

"Ik proef de avocado."

"Zo eet paus Franciscus een avocado, denk ik. En een bonobo."

Hij lachte niet. Ik heb de rekening gevraagd: mijn eggs Benedict was twaalf euro negentig, zijn omelet vijf negentig, en de serveuse had zelfstandig besloten dat mijn tweede koffie niet op de rekening hoefde. Thuis stond Ringo bij de koelkast. Hij rook naar kaas. Hij at zijn eigen meal, die voor hem geen cheat day kent omdat hij nooit de indruk heeft gehad dat hij ergens verantwoording voor hoeft af te leggen.