"Heb jij een diploma in assertiviteit?"
Milla stond bij de keukenla waaruit ze een nieuwe batterij had willen halen voor de afstandsbediening, en waarin ze in plaats daarvan een vergeeld plastic hoesje had opgegraven, diep onder twee lege batterijen en een inbussleutelset die ik niet meer herkende, met een stuk crèmekleurig karton in een cursief lettertype waarvan ik was vergeten dat ik het twaalf jaar geleden had meegenomen, in een plastic hoesje had gestoken, onder de handleiding van het tosti-apparaat had geschoven, en vervolgens nooit meer had aangeraakt.
"Dat is geen diploma."
"Er staat dat je het met goed gevolg hebt afgerond."
"Het was een cursus."
"Hoeveel avonden?"
"Zes."
"Waar?"
"Herckenrodesingel, bij een coachingbureau van een vrouw met een roze muismat."
"En nu?"
"Nu ligt het onder de handleiding van het tosti-apparaat."
"Maar bén je assertief?"
"Op dinsdag tot vier uur."
Ze lachte. Ik lachte niet, omdat ik op dat moment niet zoveel zin had in zelfironie, maar ook omdat ze ineens een vraag stelde die ik niet meer in die oprechte vorm had gehoord sinds 2013. Ben ik assertief? Nee. Ik ben een vrouw die op haar veertigste nog altijd een excuus toevoegt aan elke mail waarin ze een vergadering afzegt, en die in de hoorbare aanloop naar een nee zichzelf hoort piepen "sorry, ik kan niet," alsof de nee eerst door een comité moet voor hij de mond verlaat.
De cursus duurde zes avonden, op de kantoren van een coachingbureau aan de Herckenrodesingel, in 2016. De vrouw had naast een roze muismat een roze kussen op haar stoel en een vaas met droogbloemen die door elkaar rammelden wanneer de verwarming aansloeg. Ze leerde ons "vanuit de onderbuik te spreken". Ik ben uit mijn onderbuik gaan spreken, waarop ze mij verbaasd aankeek, omdat mijn gewone stem kennelijk al vanuit de onderbuik kwam en ze dat niet had verwacht. Er zaten zeven vrouwen in de groep. Een accountant die in vergaderingen werd toegesproken als "onze lieve collega". Een anesthesist. Twee leerkrachten. Een journaliste. Een makelaar die op zaterdagochtend thuis werd gebeld door klanten die na de koop op maandag iets vergeten bleken te zijn. En ik.
Er bestaat geen cursus voor mannen die anderen onderbreken. Geen zes avonden "Omgaan met de wens in de middelstem van een ander te stappen". Geen coachingbureau aan de Herckenrodesingel met een sessie "De Luidruchtige Man". Geen eindwerk, geen certificaat, geen plastic hoesje onderin een la. Bij de onderbreker heet het in een functioneringsgesprek "daadkrachtig", en dat wordt meegerekend bij zijn promoties. Bij de onderbrokene heet het "te voorzichtig ogen," en dan staat het wel op papier.
Wat het assertiviteitspakket in de kern doet, is het probleem verhuizen. Van de man die praat naar de vrouw die mag leren praten terwijl er gepraat wordt. Van de vergaderstructuur naar haar stembanden. Dat de cursus 500 euro kost en uit haar opleidingsbudget komt, is nog het kleinste ongemak. Groter is dat ze zes avonden heeft afgestaan aan een probleem dat niet het hare was.
"Heb je ook een diploma in bakken?" vroeg Milla.
"Nee."
"Voor welke dingen zijn er eigenlijk diploma's?"
"Voor de dingen waarvan wordt gevonden dat vrouwen ze nog niet goed genoeg konden."
Ze keek mij aan met de blik die ze heeft wanneer een zin in haar hoofd net is vastgelegd die straks op haar kamer nog een paar keer wordt afgedraaid. Ze legde het certificaat terug, ditmaal precies bovenop de handleiding van het tosti-apparaat, dus zichtbaarder dan tevoren. Ze deed de la dicht zonder dat ik daarom had gevraagd, en heeft voor ons allebei een kop thee gezet, de kop aan twee handen aangebracht zoals ze dat altijd doet, een handeling die ze vlekkeloos uitvoert en waarvoor niemand haar ooit een cursus heeft opgelegd. Ringo kwam erbij zitten alsof hij was uitgenodigd, en heeft een kop over de rand van mijn kop doen pootjebaden, om te checken of het te warm was. Voor hem. Het was te warm. Hij heeft mij teleurgesteld aangekeken.