← terug

De Freelander

"Waarom is het hier altijd koud?" vroeg Milla, en trok haar capuchon een centimeter dieper naar voren, waardoor alleen het topje van haar neus nog zichtbaar was.

Het stuur had de temperatuur van een handvat in een winkelcentrumparking, wat het tot gisteravond ook was. We stonden voor het rood aan het kruispunt van de Kempische Steenweg en de Ring, op weg naar de orthodontist in de Demerstraat, op een donderdagochtend om kwart over acht. Op de dashboardklok stond de buitentemperatuur aangegeven als 4°C, de binnentemperatuur als 22°C, en Milla's schatting van de binnentemperatuur, op basis van haar lichamelijke ervaring, als ongeveer 11°C. Tussen de objectieve meting van de boordcomputer en Milla's meting zit een kloof die terugkeert op elk ritje naar een orthodontist, een vriendin, of het zwembad van Kapermolen.

"Omdat de auto een man is," zei ik.

"Dat is geen antwoord."

"Het is wel een antwoord, alleen moet je er een halfuur voor gaan zitten, en dat wil je over tien minuten niet meer bij Dokter Lemmens."

Ze draaide haar hoofd naar het raam. Haar adem sloeg condens op het glas in een vorm die iets wegheeft van een paddenstoel, of van een foetus, dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt, en ik had die ochtend nog geen reden gehad om op een van beide uit te komen. Ze trok met haar wijsvinger een streep door de condens, met de bedachtzame voorzichtigheid van iemand die op een ruit een woord overweegt en dat vervolgens niet opschrijft.

De neutrale stand op een thermostaat is geen neutrale stand. Hij is bedacht voor een man tussen een meter vijfenzeventig en een meter negenentachtig, achtenzeventig kilo, in een overhemd, op weg naar een kantoor in Birmingham. Die man heet Jan. In Amerikaanse kantoren heet hij John, en in metabolische studies uit Cambridge wordt hij "the standard reference subject" genoemd, wat een formulering is die je precies zolang kan volhouden als je niet zelf onder het ventilatierooster zit, waar de luchtstroom je enkels bereikt maar je schouders niet, in een vest dat je in juli hebt aangetrokken.

Ik zette de verwarming één streepje hoger. Er kwam een zucht uit het dashboard, en uit Milla.

"Dat helpt niet."

"Het helpt altijd niet."

"Waarom zit je dan aan de knop?"

"Omdat ik een zet doe in een onderhandeling waarvan iedereen weet dat ik de andere kant al heb verloren."

Ze lachte, met ingehouden lach, zoals veertienjarigen lachen wanneer ze hun moeder een punt toekennen maar niet willen dat zij weet dat er een punt is toegekend. Op de Demerstraat reden we voorbij een reclamebord voor Krëfel met een wasmachine erop van 499 euro, langs een man met een hondje dat ongeveer even groot was als de capuchon van Milla, en langs een kind op een step dat een helm droeg die twee maten te groot op haar hoofd danste.

Airbags zijn tot diep in de jaren negentig uitsluitend getest op dummies van een meter vijfenzeventig en zeventig kilo, met de borstkas en schouderbreedte van de standaardman. Vrouwen lopen bij een frontale botsing nog altijd aanzienlijk hogere kans op ernstig letsel, niet omdat vrouwenlichamen minder tegen een airbag kunnen, maar omdat de airbag zijn traject uitzet naar een hoofd dat hij op een hoogte vermoedt waar bij een vrouw de sleutelbeenstreek zit.

Ik zei niets daarvan. Milla stapte bij de orthodontist uit met haar capuchon nog op, sloeg het portier dicht met een kracht die voor haar gemiddelde ligt, en verdween achter de deur van Dokter Lemmens die een belletje heeft dat elke keer doet alsof het voor het eerst belt.

Op de terugweg zette ik de verwarming op vierentwintig, voor niemand, op een stand die Milla niet had kunnen voelen. Voor mij reed een Fiat 500 met een sticker van een handgeschilderde hond op de achterklep, wat precies de auto is die iemand voor de vrouw van Jan heeft bedacht. Thuis legde ik de capuchon, die Milla op de passagiersstoel had laten liggen, over de trapleuning. Ringo kwam snuffelen, besloot dat het aan zijn verwachtingen voldeed, en ging erbovenop liggen, op een temperatuur die hij zelf had uitgekozen.