← terug

De tandarts

Kwart voor acht. Alarm op mijn telefoon. Tekst: tandarts Milla. Datum: zes weken vooruit.

Ik zette het af. Ik dronk mijn thee. Ik zette in mijn hoofd een vinkje bij "tandarts Milla — gezien, nu weer vergeten tot over veertien dagen." Zo werkt de mentale agenda. Zij stopt niet. Zij schuift haar punten door, en kijkt je op een willekeurig moment aan met de blik van een secretaresse die al veertig jaar dezelfde baas heeft en die weet wat ze vandaag voor u doet zonder dat ze ernaar wordt gevraagd. Ik had die ochtend verder op haar lijst: een filter voor het koffieapparaat halen bij Krëfel, de dierenarts bellen voor Ringo's jaarlijkse (niet urgent, maar voor Kerst wel geregeld), een gaatje in de rok van Milla dat ze nog niet had gezien, en een verjaardagskaart die er vrijdag moest zijn bij een nicht in Namen van wie ik de achternaam twee keer per jaar weer moest opzoeken.

Er staat ook een alarm voor dezelfde tandarts op de telefoon van haar vader. Dat alarm gaat op de dag zelf af, hij zet het uit, en hij zal tevreden zijn omdat hij erbij is. Ik zal hem die ochtend gecheckt hebben of hij Milla inderdaad ophaalt. Ik zal Milla hebben herinnerd. Ik zal een formuliertje hebben afgedrukt op het printertje in de hal dat niet meer in kleur wil printen sinds maart. Ik zal de rekening hebben opgeborgen in een mapje dat "Milla — gezondheid" heet. Ik zal de assistente, die Veerle heet, vriendelijk hebben geantwoord toen zij vroeg of de gegevens in het dossier nog actueel waren. Dat is allemaal werk dat niet op de factuur staat en dat in geen enkele administratie ooit is opgevoerd.

Ringo kwam op tafel staan, wat hij niet mag en wat hij weet dat hij niet mag, wat hem niet interesseert. Hij dronk uit mijn thee met de rust van een kater die zich nog nooit ergens voor heeft hoeven verantwoorden, en keek mij vervolgens aan alsof ik hem kon gaan uitleggen waarom het ijsblokje in zijn drinkbak vanochtend ontbrak. Zijn voer stond beneden klaar. Dat had iemand daar neergezet, en die iemand was ik, en het is hem ontgaan omdat het voer er nu eenmaal elke ochtend staat. Hij is de gelukkige bewoner van de enige agenda in dit huis die niet bestaat.

Het werk zonder naam heet in sociologische tijdschriften "mental load". Een te modieuze term voor iets dat in het dagboek van mijn grootmoeder uit 1952 staat als "wat voor Vader niet bestaat".

Ik heb één keer geprobeerd iets te delegeren. Ik zei tegen hem: neem jij deze maand de afspraken voor Milla. Hij zei natuurlijk, dat hij dat kon. Wat er gebeurde, was dat ik alsnog onthield wanneer er een afspraak was en hem er vervolgens aan herinnerde. Dat is geen delegeren. Dat is de leidinggevende zijn en een uitvoerder om de hoek hebben, die alleen kan uitvoeren zodra de leidinggevende heeft uitgelegd wat er te doen is. Het kostte mij meer tijd dan het zelf doen. Toen ik dat zei, was hij zichtbaar teleurgesteld in mij, wat ook een vorm van werk is die op dinsdagochtend niet in mijn agenda stond.

"Je had het wel even kunnen zeggen," zei hij.

"Ik zég het."

"Ja, maar eerder."

"Dat is mijn vak."

Hij hoorde het niet als een grap, wat het ook niet was. Milla kwam de keuken in, keek over mijn schouder, en zei: "Over zes weken, hè?"

"Ja."

"Ik zet het in mijn eigen agenda."

"Doe maar."

Ze heeft het niet gedaan. Maar het was een mooi moment, dat doorgaf wat doorgaat. Ik heb de kraan dichtgedaan waar Ringo een halfuur eerder nog uit had staan drinken. De lijst in mijn hoofd is zich opnieuw gaan voordragen, zonder luid geluid, zoals dat gaat sinds 1997, met alleen een kleine onderbreking tijdens mijn zwangerschap, waarin de lijst pagina's erbij kreeg in plaats van ze te schrappen.