"Siri, zet de timer op tien minuten, alsjeblieft."
Milla zei het vanaf de bank, door de half geopende keukendeur heen, op de manier waarop haar generatie beleefdheid inmiddels tegen een apparaat gebruikt: alsjeblieft zoals alsjeblieft werkt in het Nederlands, zonder rol of bedoeling. Niet sarcastisch. Niet plagend. Niet om mij aan het lachen te maken. Siri antwoordde iets, met haar vrouwenstem, wat ik niet verstond omdat ik net de bloemkool een seconde te hard tegen de snijplank had gezet.
Ik legde het mes neer. Ik leunde met mijn heupen tegen de onderkant van het aanrecht. De kraan had een kalkvlek die ik dagelijks opmerkte en waaraan ik nooit iets deed. Ringo lag op de koelkast, bovenop een doos crackers die daar sinds gisteren stond en waarvan ik niet wist hoe hij daarboven was beland.
Ik dacht drie dingen. Eén: zij spreekt tegen een apparaat met een vrouwenstem alsof het een vrouw is. Twee: tegen mij zegt ze geen alsjeblieft; dan is het gewoon, "mam, doe ook even tien minuten." Drie: ze doet dat ook niet tegen een mannenstem. Google, in zijn standaardinstelling in Nederland, is een man. Tegen Google geeft zij een commando. Tegen Siri zegt ze alsjeblieft.
Dat was onderzoek. Ik had het als huisvrouw onbetaald uitgevoerd in één woensdagmaaltijd, en niemand was mij iets verschuldigd.
De assistentcategorie in de spraaktechnologie is sinds de uitvinding ervan op overweldigende schaal vrouwelijk. Siri is een vrouw. Alexa is een vrouw. Cortana is een vrouw. De stem bij de NMBS die je vertelt dat spoor zes vervalt wegens werkzaamheden in Leuven is een vrouw. De stem die de temperatuur in een Tesla bijstelt, heeft een optie "mannelijk," die in driekwart van de fabrieksinstellingen uit staat. Watson van IBM, dat kankerdiagnoses stelt en hedgefondsen adviseert, is een man. De vrouwen helpen. De mannen beslissen. Het is, als je het op een woensdagavond met een bloemkool in je hand helder ziet, haast saai in zijn voorspelbaarheid.
De fabrikanten leggen uit, als ze het moeten uitleggen, dat gebruikers "liever opdrachten geven aan vrouwenstemmen." Dat zegt meer dan zij denken. Dat zegt: we hebben niet ontworpen wat vrouwen zichtbaar zou maken, maar wat opdrachten lichtvoetiger laat klinken dan ze zijn.
Ik sneed verder. De timer ging af. Siri zei vriendelijk, iets te vriendelijk, "de tijd is om." De gratin ging in de oven onder een nieuwe timer, en het huis begon te ruiken naar kaas, het soort geur dat bij ons altijd eerder bij Milla aankomt dan mijn stem. Ringo had intussen de crackerdoos van de koelkast op de tafel gekregen door met zijn achterpoot tegen de rand van de koelkast te duwen, op een manier waarvan ik niet wist dat hij hem beheerste.
"Siri, zet de timer op zeven minuten," zei Milla vanuit de kamer. Een pauze. "Alsjeblieft."
Ze kwam om tien over acht aan tafel, zonder te zijn geroepen, met haar haar in een knotje van de soort die veertienjarigen oefenen in de badkamerspiegel.
"Ik ben uitgehongerd."
Niet alsjeblieft, mag ik eten. Tegen mij werkt de taal zonder beleefdheid. Dat is, denk ik, ook een compliment. Alleen bij de mensen die echt voor je zorgen, hoeft het alsjeblieft er niet meer bij. De gratin was goed. De kaas was bruin. Siri zei niets meer, omdat niemand haar iets vroeg. Ringo ging op de crackerdoos zitten, waardoor het deksel met een piepje instortte, en keek op met de uitdrukking van een kat die zijn eigen zwaartekracht ontkent.